Verzekeringsfraude

Verzekeringsfraude (ook wel verzekeringsbedrog genoemd) is opzettelijk handelen met als oogmerk het misleiden van de verzekeraar. Voorbeelden hiervan zijn toeslagenfraude en zorgfraude.

Er twee verschillende vormen van verzekeringsfraude. De eerste vorm is bij de aanvraag van een verzekering, de tweede is bij het indienen van een claim.

Bij de aanvraag van een verzekering zijn er uitsluitingsgronden op basis waarvan een verzekeraar kan besluiten om de aanvraag af te wijzen. Voorbeelden van uitsluitingsgronden zijn contact met justitie, royement bij een andere verzekeraar of een interne- of externe registratie in een frauderegister. Als de aanvrager bij de aanvraag aangeeft dat één van deze uitsluitingsgronden op hem of haar van toepassing is, dan kan de verzekeraar de aanvraag afwijzen. 

Indien de aanvrager willens en wetens aangeeft dat de uitsluitingsgronden niet van toepassing zijn terwijl dit in werkelijkheid wel het geval is, dan is er sprake van verzekeringsfraude. Als dit bij een claim of een geschil aan het licht komt verliest de verzekerde het recht op vergoeding.

Deze vorm van fraude is bekender en gebeurd vaker. Een veel voorkomende claim is de gestolen zonnebril, snowboard of koffer op vakantie terwijl dit in werkelijkheid niet het geval is. Daarnaast wordt de “telefoon is in de wc gevallen claim” ook veelvuldig ingediend. Opvallend is dat frequentie van deze claim vaker voorkomt in de periode dat een nieuwere versie van de telefoon wordt gelanceerd. 

Andere voorbeelden zijn fraude met inbraak door middel van een zelf ingeslagen ruit of zelf gestichte brand.