Faillissementsfraude

Faillissementsfraude is een vorm van fraude waarbij geprobeerd wordt zoveel mogelijk geld uit een onderneming te onttrekken, terwijl men weet dat het faillissement aanstaande is of zelfs al is uitgesproken waarbij ook de curator niet is geïnformeerd. Faillissementsfraude kan gepleegd worden door eenmanszaken (inclusief zzp'ers), bestuurders van vennootschappen of vennoten in een VOF of maatschap.

Verwijtbare benadeling

De verwijtbare benadeling houdt in dat een ondernemer of bestuurder van een onderneming moedwillig de schuldeisers benadeelt. Op deze manier zorgt de ondernemer ervoor dat zijn bezittingen niet gebruikt (kunnen) worden om de schuldeisers te voldoen. De benadeling kan plaatsvinden door het wegsluizen van gelden uit de noodlijdende vennootschap of onderneming. Daarnaast kan de ondernemer bezittingen verzwijgen voor de schuldeisers en tegelijkertijd verkopen voor een laag bedrag. In beide gevallen hebben de schuldeisers geen verhaal meer op de boedel. 

De verwijtbare benadeling wordt gezien als een verwerpelijke vorm van fraude en wordt zwaar bestraft. Een gevangenisstraf, werkstraf of geldboete behoren tot de mogelijke gevolgen van een bewezenverklaring.

Faillissement met voorbedachten rade

In dit geval is een onderneming opgericht en worden overeenkomsten met andere bedrijven gesloten in de wetenschap dat er geen betalingen gedaan zullen worden. Het bedrijf zal uiteindelijk failliet verklaard worden en schuldeisers worden benadeeld. Een voorbeeld is als een onderneming goederen bestelt waarbij deze niet betaald worden. De verantwoordelijke personen ‘verdwijnen’ of zijn stromannen die vaak persoonlijk failliet zijn verklaard of geen eigen middelen hebben. Er is voor de schuldeisers geen verhaal meer op de boedel. Deze handelswijze staat ook wel bekend als “flessentrekkerij”.

Eenvoudige bankbreuk

Van eenvoudige bankbreuk is sprake als iemand voorafgaand aan het faillissement overmatige uitgaven heeft gedaan en daardoor de schuldeiser(s) heeft benadeeld in zijn verhaalsmogelijkheid.

Bedrieglijke bankbreuk

De bedrieglijke bankbreuk houdt in dat een natuurlijk persoon of rechtspersoon voorafgaand of na faillissement opzettelijk de rechten van schuldeisers bekort. Het bekorten van de rechten van schuldeisers wordt veroorzaakt door bijvoorbeeld:

  • Onttrekking van goederen aan de boedel;
  • Het voeren van een onjuiste administratie of de administratie vernietigen of ontvreemden;
  • Het niet verantwoorden van baten;
  • Het op ongeoorloofde wijze wederrechtelijk bevoordelen van één of meer schuldeisers ten koste van andere schuldeisers.

Van belang is dat er van opzet sprake kan zijn als er teveel risico is genomen. Het kan dus zo zijn dat de handelingen vóór het faillissement niet strafbaar zijn maar door het faillissement alsnog strafbaar blijken te zijn. Strafbaar is niet alleen de failliete onderneming of persoon, maar ook de bestuurder(s) van een onderneming en de partij die wederrechtelijk is bevoordeeld.